Toetsingskader Beoordeling Arbeidsrelaties: negen gezichtspunten toegepast op vier ICT-rollen

Minister Aartsen publiceerde medio juli 2026 het Toetsingskader Beoordeling Arbeidsrelaties, een verkorte versie van het bestaande afwegingskader van de Belastingdienst. We lopen de negen gezichtspunten langs en passen ze ter illustratie toe op vier ICT-rollen.

Op 13 juli 2026 publiceerde minister Aartsen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het Toetsingskader Beoordeling Arbeidsrelaties. Het ministerie zegt zelf dat dit geen nieuw beoordelingsmodel is: het is een verkorte versie van het bestaande beslis- en afwegingskader van de Belastingdienst.

Voor opdrachtgevers die ICT-professionals inhuren is het vooral een hulpmiddel om te begrijpen waar een beoordeling van een arbeidsrelatie feitelijk over gaat. Juridisch uitgangspunt blijft artikel 7:610 BW: arbeid, loon en een gezagsverhouding. Het criterium "werken in dienst van" is daarbij het meest onderscheidend.

De holistische toets in twee fases

De beoordeling verloopt via een holistische toets in twee fases, volgens de Hoge Raad. In de uitlegfase wordt vastgesteld welke werkafspraken zijn gemaakt en hoe die zijn uitgevoerd. In de kwalificatiefase wordt beoordeeld of die afspraken en die uitvoering voldoen aan de eisen van een arbeidsovereenkomst.

Holistisch betekent hier dat het geheel telt: geen van de gezichtspunten is op zichzelf beslissend. Een enkel kenmerk maakt een opdracht dus niet automatisch wel of geen dienstbetrekking.

De negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest

Het toetsingskader bouwt voort op de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2023:443), zoals de Belastingdienst ze zelf heeft geformuleerd:

  1. De aard en duur van de werkzaamheden. Gaat het om afgebakend, tijdelijk werk of om doorlopende taken die structureel binnen de organisatie bestaan?
  2. De manier waarop de werkzaamheden en werktijden zijn bepaald. Wie bepaalt wat er wanneer gebeurt: de opdrachtnemer zelf of de opdrachtgever?
  3. De mate waarin de werkzaamheden én de opdrachtnemer onderdeel zijn van de organisatie van de opdrachtgever (inbedding). Hoort het werk tot de kernactiviteit en draait de persoon mee als de andere teamleden?
  4. Het wel of niet verplicht zijn het werk persoonlijk uit te voeren. Mag de opdrachtnemer zich laten vervangen, en gebeurt dat in de praktijk ook?
  5. De manier waarop afspraken tot stand zijn gekomen. Is er onderhandeld tussen gelijkwaardige partijen of is een standaardregeling opgelegd?
  6. De manier waarop de beloning is bepaald en wordt uitbetaald. Wordt er gefactureerd per opdracht of resultaat, of lijkt de betaling op een periodiek salaris?
  7. De hoogte van de beloning. Wijkt het tarief af van wat vergelijkbare werknemers verdienen, en past het bij het gelopen risico?
  8. De mate waarin de opdrachtnemer bij de opdracht commercieel risico loopt. Denk aan aansprakelijkheid, doorbetaling bij ziekte of leegloop, en het risico op niet-betaling.
  9. De mate waarin de opdrachtnemer zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Meerdere opdrachtgevers, eigen acquisitie, eigen investeringen, eigen verzekeringen en opleidingen.

Het toetsingskader is uitgebreid met de meest recente jurisprudentie, in het bijzonder het Uber-arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2025. Dat arrest beantwoordde prejudiciële vragen van een gerechtshof, onder meer over de toepassing van de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest en specifiek over de invulling van het negende gezichtspunt: de mate waarin de opdrachtnemer zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen. De Hoge Raad maakte in het Uber-arrest duidelijk dat geen van de negen gezichtspunten belangrijker is dan de andere; de holistische toets en het ontbreken van een rangorde werden daarin bevestigd.

Vier ICT-rollen langs de gezichtspunten

Ter illustratie, geen beoordeling van een concrete zaak: hieronder staat per rol welke gezichtspunten in de praktijk vaak het zwaarst meewegen. Het gaat om typische kenmerken van de rol, niet om een uitspraak over een specifieke opdracht, opdrachtgever of professional. Elke situatie wordt afzonderlijk en in samenhang beoordeeld.

Data engineer

Bij een data engineer draait het vaak om gezichtspunt 1 (aard en duur) en 3 (inbedding). Werkt iemand aan een afgebakende datapijplijn of migratie met een eigen opleverdatum, dan wijst dat een andere kant op dan doorlopend beheer van bestaande datastromen naast het vaste team. Ook gezichtspunt 8 speelt mee: is er een resultaatsverplichting met aansprakelijkheid, of wordt er capaciteit per uur geleverd?

Security specialist

Hier zijn gezichtspunt 4 (persoonlijke uitvoering) en 9 (ondernemerschap) vaak bepalend. Certificeringen, screening en een vertrouwensrol kunnen vervanging feitelijk lastig maken, wat richting persoonlijke arbeid wijst. Tegelijk kan een specialist met eigen methodiek, eigen gereedschap en meerdere opdrachtgevers juist sterk ondernemerschap laten zien. Gezichtspunt 2 telt eveneens: wie bepaalt de scope en het tempo van een audit of pentest?

Cloud architect

Bij projectmatig werk voor meerdere opdrachtgevers wegen gezichtspunt 5 (totstandkoming van afspraken), 6 en 7 (wijze en hoogte van de beloning) en 9 (ondernemerschap) vaak zwaar. Een architect die per ontwerpopdracht onderhandelt, op basis van deliverables factureert en tegelijk elders werkt, scoort op die punten anders dan iemand die jarenlang fulltime dezelfde cloudomgeving beheert binnen één organisatie.

Agile coach / scrum master

Bij een agile coach of scrum master die meedraait in een vast scrumteam speelt gezichtspunt 3 (inbedding) doorgaans sterker dan bij een cloud architect die op projectbasis meerdere opdrachtgevers bedient. De rol is verweven met de dagelijkse werkwijze van het team, vaak met vaste ceremonies en werktijden, wat ook gezichtspunt 2 raakt. Een afgebakend verandertraject met een eigen doelstelling en einddatum ligt op die punten anders.

Zoals hierboven al benadrukt: dit zijn illustratieve toepassingen en nooit een vaste uitkomst per rol. Een praktisch gevolg van het Uber-arrest is dat twee werkenden die exact hetzelfde werk verrichten voor dezelfde opdrachtgever, toch verschillend gekwalificeerd kunnen worden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het mogelijk is dat voor de ene opdrachtnemer sprake is van ondernemerschap (en dus een opdrachtrelatie), terwijl voor de andere opdrachtnemer een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen, omdat die zich buiten de opdracht niet als ondernemer gedraagt. Dat komt doordat gezichtspunt 9 (ondernemerschap) ook kijkt naar gedrag van de opdrachtnemer buiten de concrete opdracht: andere opdrachtgevers, acquisitie, investeringen, marktprofilering. Twee professionals in dezelfde rol bij dezelfde opdrachtgever kunnen dus verschillend worden beoordeeld.

Over de publicatie zelf

De publicatie verliep rommelig. De Kamerbrief van 9 april 2026 noemde hetjuistecontract.nl als publicatieplek, maar dat adres gaf half juli 2026 nog "pagina niet gevonden". De minister deelde het document uiteindelijk als PDF via LinkedIn.

Die verwarring is inmiddels opgehelderd: minister Aartsen wees op 16 juli 2026 in een nieuwe LinkedIn-post op de daadwerkelijke vindplaats van het toetsingskader, open.overheid.nl, waar het document volgens de registratie sinds maandag 13 juli 2026 staat.

Daarnaast speelt een vervolgkwestie. Het vier pagina's tellende document bevat formuleringen die volgens juristen in het arbeidsrechtelijke vakdebat afwijken van wat de Hoge Raad daadwerkelijk oordeelde. Belangenorganisatie Comité ZZP heeft het ministerie publiekelijk gevraagd of hier sprake is van een onbedoelde omissie. In dezelfde LinkedIn-post van 16 juli erkende minister Aartsen dat er "onduidelijkheid en onrust" is over hoe in de praktijk met de geldende jurisprudentie moet worden gewerkt.

Verhouding tot het rechtsvermoeden

Dit toetsingskader staat los van en náást het rechtsvermoeden (de €38-grens): het rechtsvermoeden is een specifiek, civielrechtelijk instrument, terwijl dit toetsingskader het bredere, algemene beoordelingskader is. Het rechtsvermoeden en de bijbehorende grens behandelen we uitgebreid op de pagina over de Wet DBA en zzp-inhuur.

Wilt u weten hoe Onefellow inhuur voor organisaties inricht? Dat leest u op de pagina voor opdrachtgevers.

Advies van Onefellow

Onefellow adviseert opdrachtgevers actief over hoe zij in de praktijk met dit toetsingskader omgaan: hoe opdrachten worden ingericht, welke gezichtspunten in een concrete situatie aandacht vragen en hoe afspraken en uitvoering op elkaar aansluiten. Dat is geen juridisch advies en geen garantie over de uitkomst van een beoordeling; elke situatie wordt afzonderlijk en in samenhang beoordeeld.

Heeft u vragen over hoe dit toetsingskader uitpakt voor uw inhuursituatie, dan denken wij graag mee — voor iedereen die ermee te maken heeft, klant of niet. Neem contact op of lees meer op de pagina voor opdrachtgevers.

Veelgestelde vragen

Is het Toetsingskader Beoordeling Arbeidsrelaties nieuw beleid?

Nee. Het ministerie zegt zelf dat dit geen nieuw beoordelingsmodel is: het is een verkorte versie van het bestaande beslis- en afwegingskader van de Belastingdienst. Minister Aartsen van SZW publiceerde het op 13 juli 2026.

Hoeveel gezichtspunten zijn er en geldt er een rangorde?

Er zijn negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2023:443). Er is geen rangorde: de beoordeling verloopt via een holistische toets en geen van de gezichtspunten is op zichzelf beslissend.

Wat is het verschil met het rechtsvermoeden?

Dit toetsingskader staat los van en náást het rechtsvermoeden (de €38-grens): het rechtsvermoeden is een specifiek, civielrechtelijk instrument, dit toetsingskader is het bredere, algemene beoordelingskader.

Hoe verloopt de beoordeling van een arbeidsrelatie?

Via een holistische toets in twee fases, volgens de Hoge Raad: de uitlegfase, waarin wordt vastgesteld welke werkafspraken zijn gemaakt en hoe ze zijn uitgevoerd, en de kwalificatiefase, waarin wordt beoordeeld of die afspraken en de uitvoering voldoen aan de eisen van een arbeidsovereenkomst. Juridisch uitgangspunt is artikel 7:610 BW: arbeid, loon en een gezagsverhouding, waarbij het criterium "werken in dienst van" het meest onderscheidend is.

Is het toetsingskader gebaseerd op het Deliveroo-arrest of ook op recentere uitspraken?

Het toetsingskader bouwt voort op de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2023:443) en is uitgebreid met de meest recente jurisprudentie, in het bijzonder het Uber-arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2025. Dat arrest beantwoordde prejudiciële vragen van een gerechtshof over onder meer de toepassing van de gezichtspunten en specifiek over het negende gezichtspunt: de mate waarin de opdrachtnemer zich als ondernemer gedraagt of kan gedragen. De Hoge Raad maakte daarin duidelijk dat geen van de negen gezichtspunten belangrijker is dan de andere.